Kasper Jansen

Een kosmopoliet tussen aarde en hemel
Pierre Audi bij De Nederlandse Opera en het Holland Festival

1 - Een kosmopoliet in Amsterdam
De onwaarschijnlijke benoeming van Pierre Audi

Als een exotisch wild dier, rondspiedend met grote donkere ogen, liep Pierre Audi op 17 juni 1988 bij zijn benoeming als artistiek leider van De Nederlandse Opera door een zaaltje in de kelder van het Amsterdamse Muziektheater. De uitzichtloze ruimte leek opeens een kooi waarin hij was opgesloten.
Audi was die dag uit Londen gekomen. Hij had van Amsterdam nog niets gezien, behalve het Muziektheater. Hij was geschrokken van het één na grootste podium ter wereld. Hij had nog nooit een echte opera geregisseerd, alleen eigentijds muziektheater. Hij dacht: ‘hoe moet ik in dit reusachtige zwarte gat ooit iets regisseren?’
Audi’ s kleine gestalte in een zwart oversized kostuum deed hem nog jonger lijken dan zijn 31 jaar. Hij maakte een rondgang langs de hem onbekende aanwezigen en gaf iedereen een hand. Hij beantwoordde wat vragen, beloofde een ambitieus artistiek beleid binnen het budget en zei zelf zo nodig ook opera’s te willen regisseren.
Pierre Audi werd nog even gefotografeerd en na een kwartier was hij alweer vertrokken, terug naar Londen. Hij was weer aan Amsterdam ontsnapt. Met zijn vrije, onafhankelijke geest leek hij niet aan banden te leggen. ‘Een ware kosmopoliet’ , verzuchtte Bernard Sarphati, de bestuursvoorzitter van De Nederlands Opera. En als verklaring van Audi’ s benoeming voegde hij er nog aan toe: ‘maar Amsterdam is ook een kosmopolitische stad.’

De benoeming van Pierre Audi als opvolger van intendant Jan van Vlijmen was een totale verrassing. Van Vlijmen was een eigenzinnig conceptueel componist, niet uit op gemakkelijk succes. Na nauwelijks een jaar in het nieuwe en te duur uitgevallen Muziektheater werd Van Vlijmen wegens budgetoverschrijdingen en een openlijke ruzie met het personeel hardhandig weggewerkt door minister van cultuur Elco Brinkman.
De tot het skelet uitgeklede productie van Wagners Tristan und Isolde van regisseur Jürgen Gosch had Van Vlijmen zijn beste voorstelling gevonden. ‘Zoals deze Tristan, zó moet opera zijn.’ Dat het publiek er massaal tegen in opstand kwam en Jürgen Gosch met een orkaan van boegeroep naar Duitsland wilde terugdrijven, deerde hem geenszins.
Van Vlijmen leek saai, maar hij was het allerminst. Hij was ook verantwoordelijk voor Rossini’s Il barbiere di Siviglia in de sprankelende enscenering van Dario Fo, de latere Nobelprijswinnaar. De productie werd wereldwijd opgevoerd en was het grootste publiekssucces in de historie van De Nederlandse Opera. Na vijftien jaar, pas in 2006, gaf de Opera er de laatste voorstellingen van.
Van Vlijmens pijnlijke ontslag deed het ergste vrezen voor de artistieke toekomst van De Nederlandse Opera, juist nu Amsterdam na zes decennia van discussie eindelijk een nieuw, eigentijds theater voor opera en ballet had gebouwd. De benoeming van Pierre Audi was een coup de théâtre van het bestuur. Dat wilde dreigend provincialisme afwenden, maar ook voorkomen dat het Muziektheater een tot mislukken gedoemd duur filiaal van de Scala werd. Ook de Milanese artistiek directeur Cesare Mazzonis had gesolliciteerd.

Audi was een internationaal mysterie, op niet te traceren wijze terechtgekomen aan de Amstel. Pas later bleek dat Peter Diamand, de voormalige directeur van het Holland Festival en het Edinburgh Festival, de Opera op Audi had geattendeerd. Pierre Audi was in Libanon geboren in een Frans georiënteerd gezin als zoon van een bankier. Na een verblijf in Parijs ging hij naar Oxford om te studeren en daarna begon hij een eigen muziekfestival in het Londense Almeida Theatre met driehonderd zitplaatsen. Hij had inmiddels een Brits paspoort.
Veel meer was er toen niet te vertellen over Pierre Audi. Maar wel dat hij uit Nederland het Schönberg Ensemble, de technologisch avant-gardistische musicus Michel Waisvisz en het Maarten Altena Octet naar Londen had gehaald. Ook had hij daar muziek van Louis Andriessen laten klinken.
Kort na zijn benoeming zei Audi in een interview dat nog niemand hem had kunnen vertellen waarom Amsterdam zo nodig een nieuwe opera moest laten bouwen. ‘Ik ben van plan te laten zien waarom!’ Daarvoor was wel tijd nodig, het volgende seizoen stond al vast, goeddeels ook het seizoen daarop. In 1990 oefende hij zich in Leeds met zijn eerste enscenering van een echte opera: Jérusalem van Guiseppe Verdi.

Pierre Audi heeft zijn belofte uit 1988 ruimschoots waargemaakt, dat kunnen we nu wel vaststellen. Zelf spreekt hij van een magische connectie met Nederland, de avontuurlijkste benoeming ooit in de operahistorie. Audi kwam vanaf het seizoen 1990-91 met een eigen ambitieus artistiek beleid. Hij ging in Amsterdam zelf opera’s regisseren, als eerste Il ritorno d’Ulisse in patria van Claudio Monteverdi. Hij maakte een onvergetelijke indruk, hij bleek een natuurtalent. Audi bleef ook altijd binnen het budget, daarbij krachtig geholpen door de degelijke financieel directeur Truze Lodder, het andere fundament onder het succes van De Nederlandse Opera.
Dertien jaar na zijn benoeming, in 2001, kreeg Pierre Audi de Prins Bernhard Cultuurfonds Theaterprijs. In een daaraan gewijd tv-programma noemde Ivo van Hove, artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, de voorstellingen van Pierre Audi ‘zelfportretten van de regisseur, een kosmopoliet zonder roots. Vaak verkeren bij Audi de personages eenzaam in de ruimte.’
Audi bevestigde bij die gelegenheid dat hij met zijn vage, zeer internationale verleden nergens bij hoorde. Audi bleef dus een vreemdeling, los van de gevestigde Nederlandse theaterpraktijk. Hij is nog steeds van een andere orde, ‘lost in time and space’, een buitenstaander in het dorp Amsterdam, onaantastbaar, onomstreden, boven alles verheven.
Hoe onwaarschijnlijk het aanvankelijk ook had geleken, de bijna bij toeval in Nederland gelande kosmopoliet Pierre Audi was toen toch al lang een opmerkelijke vorm van symbiose aangegaan met het Nederlandse kunstleven. De Nederlandse Opera, ’s lands duurste kunstinstelling, bloeide op als nooit tevoren. In 2004 werd Audi ook nog benoemd tot artistiek directeur van het Holland Festival.

Tijdens zijn nu 21 jaar durende Hollandse carrière heeft Audi zich nergens aan aangepast. Hij is zijn eigen weg gegaan en hij heeft een maximaal gebruik gemaakt van de artistieke vrijheid en de ruimdenkendheid die kenmerkend zijn voor het Nederlandse kunstklimaat. Hij heeft de grenzen daarvan opgezocht en verlegd.
Pierre Audi blijkt hier thuis en hij hoort hier thuis, juist als kosmopoliet. Dat vindt de Nederlandse kunstwereld en dat vindt het Nederlandse publiek. Het Nederlandse publiek is volgens Audi ‘het beste publiek ter wereld’ wegens zijn chronische onbevooroordeeldheid. Ook wil het, anders dan het Britse publiek, niet alles op naturalistische wijze voorgeschoteld krijgen. Het Nederlandse publiek is heel vaak bereid mee te denken, de eigen verbeelding te laten werken, zelf conclusies te trekken.
Zó thuis is Pierre Audi in Nederland, dat voor hem de Salzburger Festspiele het enige alternatief vormen. Eerder dit jaar was hij een van de drie kandidaten voor de opvolging van artistiek leider Jürgen Flimm. ‘Ik ga niet weg ‘, zei Audi toen ik hem bij een première tegenkwam op de trappen van het Amsterdamse Muziektheater.
Audi kon zich ook niet voorstellen dat hij werkelijk zou worden benoemd. ‘Er spelen in Salzburg zoveel belangen - politieke, economische en toeristische - dat de artistieke overwegingen niet prevaleren.’
Toch wist Audi wat hij zou doen als hij toch werd benoemd. ‘Dan ga ik natuurlijk naar Salzburg. Het is voor mij de enige baan die nog mogelijk is na Amsterdam.’ De volgende dag ging de benoeming naar de Oostenrijker Alexander Pereira.
Pierre Audi had dat goed voorzien, hij kent Salzburg. In 1996 was hij er geweest met Schönbergs Moses und Aron, de meest prestigieuze voorstelling aller tijden van De Nederlandse Opera. Het toneelbeeld was van Karl Ernst Herrmann, de regie van Peter Stein, Pierre Boulez dirigeerde het Koninklijk Concertgebouworkest. In 2006, het 250ste geboortejaar van Mozart, toonde hij daar zijn Amsterdamse enscenering van Die Zauberflöte in de decors van Karel Appel, begeleid door de Wiener Philharmoniker onderleiding van Riccardo Muti.

Audi staat inmiddels met zijn talloze zelf geregisseerde operavoorstellingen en met de door hem als artistiek leider georganiseerde muziektheaterproducties voor een alom erkend internationaal topniveau bij De Nederlandse Opera en sinds enige jaren ook bij het Holland Festival.
Het Amsterdamse Muziektheater is dankzij Audi uitgegroeid tot een waardige pendant van het Amsterdamse Concertgebouw, het tehuis van onder andere het Koninklijk Concertgebouworkest, dat in 2008 werd uitgeroepen tot ‘het beste orkest ter wereld’. Het Koninklijk Concertgebouworkest en zijn chef-dirigenten begeleidden ook met regelmaat en veel succes de voorstellingen van De Nederlandse Opera. De Nederlandse Opera wordt dan ook vaak internationaal gekwalificeerd als een van de interessantste operagezelschappen in Europa.
Audi regisseerde in Nederland ook toneel bij Toneelgroep Amsterdam en Het Zuidelijk Toneel. Hij regisseerde tal van operaproducties buiten Nederland en zorgde ook voor een grote export van Amsterdamse voorstellingen. Pierre Audi kreeg in Nederland verschillende prijzen. In 2009 werd hem als eerste de Johannes Vermeer Prijs toegekend, een nieuwe staatsprijs voor de kunsten, ingesteld door minister van Cultuur, Ronald Plasterk.

Overige hoofdstukken
2 Een operaregisseur zonder ervaring - Spontane naïviteit is niet te herhalen
3 Een liberaal artistiek leider - Variatie in stijl en repertoire bij De Nederlandse Opera
4 Ouderwets vakmanschap - Pierre Audi in Drottningholm
5 De Staat van het Theater - Pierre Audi kijkt om zich heen
6 Het on-Nederlandse Holland Festival - Pierre Audi op internationaal niveau
7 Het mysterie van religie en dood - De overtuigingen van Pierre Audi