De Johannes Vermeer Prijs is een staatsprijs voor de kunsten. Dat plaatst de jury telkens voor de vraag in welke van de uiteenlopende sectoren van de Nederlandse kunst de meest getalenteerde kunstenaar van dit moment te vinden is. In ieder van die sectoren zijn immers wel één of meer Nederlandse kunstenaars aan te wijzen die tot de top van de desbetreffende discipline kunnen worden gerekend. Maar het is een bijzondere constatering dat er ook enkele kunstenaars in Nederland werkzaam zijn in niet slechts een of twee, maar zelfs in een half dozijn disciplines binnen zowel de beeldende als de podiumkunst. In die selecte categorie is naar het oordeel van de jury van de JVP 2010 één scheppend talent dat er al heel lang in slaagt met kop en schouders boven het kunstenveld uit te stijgen, en dat is Alex van Warmerdam. De jury kwam tot dit unanieme oordeel op basis van vijf observaties, die stuk voor stuk worden toegelicht.

1.
Ten eerste kwalificeert Van Warmerdam zich voor de Johannes Vermeer Prijs vanwege die reeds genoemde veelzijdigheid. Hij schrijft romans, toneelteksten en gedichten, hij maakt muziektheater en toneel, hij tekent en schildert, hij maakte gouaches voor NRC Handelsblad, hij is acteur en filmmaker en ontwerper van maquettes en kostuums. Al vanaf zijn eerste podiumproducties voor Orkater en de Mexicaanse Hond presenteert hij zich al als de maker van het totaaltheater, met muziek, drama, met zelf gemaakte decors. En met kostumeringen die de spelers vaak een stripfiguurachtig karakter verlenen. In zijn roman De hand van een vreemde, volgens Carel Peeters geschreven in ‘kraakhelder Nederlands’, speelt de beeldende kunst de hoofdrol. En in het Schiedams Stedelijk museum troffen de bezoekers weer dramatische figuren aan, nu getekend op de wanden. Van Warmerdam is niet alleen bedreven in uiteenlopende kunstvakken, hij imponeert ook door het gemak waarmee hij overschakelt van het ene op het andere medium. Voor deze kunstenaar zijn er geen grenzen tussen de afzonderlijke kunstdisciplines. De kunsten zijn voor hem één grote, allesomvattende discipline.

2.
Naast de veelzijdigheid is er, ten tweede, de herkenbaarheid. De stilist Van Warmerdam heerst oppermachtig over zijn artistieke instrumenten. In alles wat hij schept is de vaste hand van de maker herkenbaar. Er zijn steeds weer harde contrasten, sterke kleuren en mensen die eenzaam worden afgebeeld met hun onvervulbare verlangens. De signatuur van Van Warmerdam is ook feilloos terug te vinden in de grote decorstukken, in de regie of scenografie, in het spel van losse acteurs of in zijn schilderijen, gedichten en tekeningen. In zijn boeken roept hij dezelfde beelden op die je in het museum van hem aantreft en waarmee hij zijn films en theaterstukken in beweging zet. En niet minder is hij herkenbaar aan zijn gedetailleerde perfectionisme. In het door Van Warmerdam geschapen universum moet alles kloppen, passen en rijmen. Bekend is het incident dat hij een filmopname stil liet leggen omdat de hoofdpersoon grijze sokken aan had, terwijl het zwarte moesten zijn. Wim Noordhoek typeerde het oeuvre van Van Warmerdam ooit als ‘een levenslang stijlvast doorgezet geheel’.

3.
Ten derde is er de boodschap, het verhaal dat Van Warmerdam ons telkens opnieuw vertelt. Met vasthoudendheid snijdt hij de Grote Levensvragen aan, aan de hand van dialogen, door middel van bijzondere ensceneringen en met inschakeling van zijn karakteristieke personages die hij ten tonele voert of op het witte doek projecteert. Het is een onnavolgbare verkenning van de manier waarop mensen in eenzaamheid met zichzelf worden geconfronteerd, of juist veroordeeld zijn tot samenleven. Dat is de existentiële inzet waarmee hij de patronen van het intermenselijk verkeer verkent. Het normale is verstrengeld met het abnormale en de grens tussen het bizarre en het gewone is niet aan te geven. Het zijn de absurde beelden van moeizame communicatie die ons onontkoombaar naar het werk van Van Warmerdam toetrekken, maar deze beelden zijn nooit zwaarmoedig of uitzichtloos. Niet zelden wordt zijn werk bestempeld als tragikomedie. Hij brengt zijn boodschap met de lichte toets van onbevangenheid, van verwondering.

4.
Ten vierde is de kunstenaar Van Warmerdam volstrekt soeverein. Hij trekt onverstoorbaar zijn eigen, individuele plan en bekent zich tot geen establishment, geen enkele school of stroming. Deze houding werd hem uiteraard gegund door zijn bondgenoten bij Hauser Orkater, De Mexicaanse Hond, of door zijn broers en vrouw met wie hij een levenslange professionele band heeft. Maar ook op de filmset volhardt hij in zijn autonome opstelling. Hij drukt liever de productiekosten door een film digitaal te schieten dan dat hij de verkoopbaarheid van zijn werk zou willen bevorderen met gelikte beelden en gemakkelijke verhalen. Hij kiest de allerbeste spelers en laat die in ruimtelijk uitgekiende situaties hun teksten uitspreken. En wat zo mooi is: juist door zijn onverzettelijke houding tegenover gemakkelijke publieksfilms weet hij een trouw publiek aan zich te binden. En krijgt hij de dames en heren critici aan zijn voeten. Dat verzekert zijn succes: als raskunstenaar met voldoende trouwe fans blijkt hij bestand tegen de sociale druk die uitgaat van het culturele establishment met zijn glitter en glans.

5.
Tenslotte: als Van Warmerdam ergens toe zou behoren, dan is dat tot Nederland. Tegen uitgesproken Hollandse decors laat hij zijn creaties worstelen met de dingen van het leven. Hij portretteert als geen ander het Nederlandse landschap met zijn sloten, zijn polders en zijn kaarsrechte provinciale wegen. En in die polders verrijzen de nieuwbouwwijken, gestoffeerd met boomloze straten en doorzonwoningen met voor- en achtertuin. In deze context komen de Nederlandse normen en waarden tot leven, bij voorkeur uit de jaren 50 en 60. Het was de tijd dat het burgerlijk ideaal nog zegevierde en alles nog overzichtelijk was. Maar dat alles roept geen nostalgie op, want in het aangeharkte Nederland voert hij exotische zwarte mannen ten tonele, laat hij verrukkelijke meisjes verschijnen en Spaanse butlers serveren. Buitenstaanders die het geregelde leven ontwrichten en daarmee zorgen voor het typische Van Warmerdamse drama. Voor onze laureaat is cultuur een levende activiteit die opbloeit door de interactie van kunstenaars en samenleving.

Van Warmerdam brengt zijn tijdloze boodschap met zeer uiteenlopende artistieke middelen en dramatische mogelijkheden. Maar zijn grootste troef is toch de onnavolgbare manier waarop hij van de werkelijkheid een sprookje maakt en van het sprookje een werkelijkheid. Dat procedé laat zich niet analyseren, laat staan systematisch beschrijven. Wat weer eens aantoont dat het fileren van kunstwerken au fond een hachelijke onderneming blijft. Maar bij Alex van Warmerdam leidt een nadere kennismaking met zijn werk ertoe dat de aanvankelijk intuïtief gevoelde waardering van de toeschouwer vanzelf doorgroeit naar beredeneerde bewondering. Tegen al deze achtergronden droeg de jury Alex van Warmerdam met enthousiasme bij de staatssecretaris voor als winnaar van de Johannes Vermeer Prijs editie 2010.