Dankwoord Erwin Olaf
bij het aanvaarden van de Johannes Vermeer Prijs, staatsprijs voor de kunsten

Zeer geachte staatsecretaris, voorzitter van de jury, leden van de jury, familie, vrienden en relaties. En met name ook alle buitenlandse gasten die de moeite hebben genomen hier vanavond te zijn. Ik wil u heel erg hartelijk danken voor uw aanwezigheid tijdens deze, voor mij ontzettend belangrijke avond in mijn leven.

Ik ben een gezegend man, al mijn hele leven, maar voel dit zeker sinds ik enkele maanden geleden vernam dat mij de Johannes Vermeer Prijs 2011 werd toegekend.

Ik zal eerlijk toegeven dat ik wel van de prijs had gehoord, maar niet precies de impact ervan begreep, toen juryvoorzitter Halberstadt mij met een telefoontje overviel.

Ik was weer eens te laat, fietsend op weg naar de studio. Nadat hij had medegedeeld dat ik laureaat van de Johannes Vermeer Prijs was, schoot er door mij heen; onder de 2500 euro stop ik echt niet met fietsen. Ik zei echter dat ik me zeer vereerd voelde. De heer Halberstadt antwoordde toen: “U wordt niet alleen vereerd, u krijgt ook nog eens 100.000 euro toe.” Nog nooit ben ik zo snel met fietsen gestopt en moest ik leunend tegen een voormalige fileaal van de ABN Amro-bank, hoe toepasselijk, bijkomen van de emotie, die me overviel.

In de maanden erna en zeker na een etentje met de voltallige jury bij de voorzitter thuis, is er langzaam maar zeker een zeer groot gevoel van dankbaarheid en erkenning in mij neergedaald. En hoewel ik mij al een aantal jaren ontzettend gelukkig prijs, met de positie die ik nationaal en internationaal inneem in de wereld van de fotografie, is nu ook het allerlaatste “miskende” gevoel, als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik hoop dat dit nog heel lang zo blijft, want het is een heerlijk gevoel!

Ik vind de toekenning van zo een belangrijke en hoge prijs, niet alleen een erkenning voor mij als fotograaf en parttime filmer, maar meer nog een erkenning voor de geënsceneerde fotografie in het algemeen. Ik beschouw het als een waardering voor het op een ambachtelijke wijze vormgeven en registreren van de fantasie van de maker. Een erkenning die er niet altijd geweest is in de wereld van de moderne kunst fotografie. Daar waar de documentaire fotografie lange tijd als het Heiland heeft gegolden.

Ook erg mooi, maar wel jammer als blijkt dat de meeste depots van de Nederlandse moderne kunst musea volgestouwd zijn met oprecht triest kijkende meisjes voor neutrale achtergrondjes, waarop we nog net een stopcontact waarnemen, om zo aan te geven dat het toch echt de werkelijkheid is waar we naar kijken. Dat idee van het stopcontact heb ik dan ook gretig overgenomen in veel van mijn recentere werk, om zo de oprechtheid van mijn emoties aan te tonen. Picasso zei immers; “I steal whereever I can”, dus wie ben ik omdat dan niet te doen?!

Gelukkig vormen het Groninger Museum en het Haags Fotomuseum een prettige uitzondering. En met de komst van museum voor fotografie Foam is er ook eindelijk in Amsterdam beweging gekomen in de vaak starre, hermetische en ouderwets aandoende wereld van de moderne beeldende kunst fotografie.

Na de officiële openbaarmaking van de toekenning van de Johannes Vermeer Prijs, ben ik een aantal malen scheef aangekeken, met name als men hoorde dat staatssecretaris Zijlstra hier aanwezig zou zijn om de prijs te overhandigen.

Hij is per slot van rekening de man, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de omvangrijke bezuinigingen op de kunsten. Het is ook een bijzonder triest gegeven en ik ben dan ook eigenlijk hogelijk verbaasd en blij verrast dat de Johannes Vermeer Prijs zo belangrijk wordt geacht dat dit niet het slachtoffer is geworden van de bezuinigingen. Ik zie dit als een erkenning, dat er een onderscheiding moet bestaan voor de kunsten, naast de literatuur. Ik hoop dan ook dat de prijs mag uitgroeien tot de PC hooft prijs van de kunsten! Er zijn nog zo ontzettend veel waardevolle en internationaal erkende kunstenaars van Nederlandse bodem die hem verdienen.

En dat brengt me gelijk tot een overweging, die ik met de staatssecretaris zou willen delen. Ik vind u niet het monster dat sommigen van u proberen te maken. En ik heb zeker niet meegelopen in de zogenaamde Mars der Beschaving. U heeft gelijk dat er zo nu en dan een hereiking plaats moet vinden in de soms wel ondoorzichtige wereld der beeldende kunsten. Voor zo een klein land en taalgebied zijn er misschien teveel opleidingen tot kunstenaar gekomen. En het lijkt tegenwoordig wel of meer mensen op een podium willen staan dan dat er in een zaal willen zitten. Iedereen is per slot van rekening een ster.

En in sommige musea zitten misschien wel teveel curatoren, al jaren uit het raam kijken, futloos wachtend op schijnbaar nooit voltooiende nieuwbouw.

In mijn vakgebied spuwen fotografie opleidingen, particulier- en door de overheid gefinancierd, jaarlijks honderden afgestudeerde fotografen uit. De aanvragen voor stage plekken in mijn studio lopen de spuigaten uit. En eerlijk gezegd blijkt de laatste jaren dat de buitenlandse aspirant-stagieres, technisch gezien vaak hoog boven hun Nederlandse concurrenten uitsteken. De kwantiteit van de Nederlandse opleidingen is toegenomen, de kwaliteit helaas -af.

En als ik moet kiezen tussen de afschaffing van subsidie van een aantal gezelschappen en musea of het toestaan van de 24 uurs luier in bejaarden- en verzorgingstehuizen, dan vind ik het hoog houden van de menselijke waardigheid belangrijker dan het overeind houden van een aantal moeizaam lopende kunstzaken.

Maar toch is de zaak niet door de roeien en de ruiten te gaan in de wereld van alle beeldende kunsten. Internationaal gezien, heeft in mijn ogen Nederland best wel veel terrein verloren, maar het zijn juist de kunsten en de wetenschappen die nog veel te bieden hebben. Het is onze vrijheid van denken gekoppeld aan het ambachtelijke die veel Nederlanders afkomstig uit de beeldende kunst wereldwijde roem hebben gebracht en ook veel goodwill en geld in de la van de Nederlandse staat. Als ik naar mijn klanten en collega’s, of de lijst van geportreteerden kijk, dan zitten er zoveel mensen tussen, die dankzij (op zijn tijd) de financiële steun van de Nederlandse staat zijn uitgegroeid tot gezelschappen, kunstenaars en ondernemers van wereld formaat; Rem Koolhaas, Marlene Dumas, Inez van Lamsweerde, Pierre Audi, Rineke Dijkstra, Victor en Rolf, Hans van Manen, Het Nationaal Ballet, Marcel Wanders, People of the Labyrinths. Ik kan eindeloos doorgaan, maar zij en ook ik hebben ons allemaal kunnen ontpooien en manifesteren mede dankzij zo nu en dan een steun in de rug van de Nederlandse staat. Of het nu een opleiding is geweest of een incidentele financiële bijdrage van de bijvoorbeeld De Mondriaanstichtig of een structurele subsidie. En denk nu niet dat het financieel eenrichtingsverkeer is gebleken. Als ik alleen al kijk naar wat mijn studio aan belastingen heeft betaald, sinds uw partijgenoot Geert Dales, als toenmalige voorzitter van het Fonds beeldende Kunst in 1989, mij een werkbeurs verleende. Dan heeft u die dubbel de dwars terug verdiend. En ik ben dan nog een kleinverdiener! En levert het niet direct geld op dan levert het op zijn minst enorm veel aanzien op.

Ik hoop dan ook dat U de botte bijl verder opgeborgen houdt. Want ik denk dat op de termijn de creativiteit van de kunsten Nederland internationaal op de kaart kunnen houden en een eigen gezicht geven. Het adverteert onze vrijheid van denken en doen, een groot goed in een wereld, die steeds meer gedicteerd wordt door snel oprukkend zeer onvrij en keihard kapitalisme.

Nu dan eindelijk wat ik met dat geld ga doen. Van de 30% die ik privé mag uitgeven weet ik het al: mijn oogleden liften zodat ik er minder als een oude hond ga uit zien en een liposuctie tussen de buikspieren, zodat ik zonder oefeningen een sixpack krijg!

Wat ik met de overige 70% ga doen is mij nog een raadsel. Al een enige maanden spelen er een aantal ideeën door mijn hoofd, maar iedere keer als ik denk dat ik nu zeker weet welk van de gedachten het wint, slaat weer de twijfel toe, welk idee ik ga uitvoeren.

Ten eerste voel ik de behoefte een klassiek thema in de fotografie op mijn manier te onderzoeken; het naakt. Ik wil hiervoor fotografie en film gaan combineren en deels terug gaan naar een oude 19de eeuwse afdruk techniek, de zogenaamde koolstofdruk. Ik heb dit vroege voorjaar, samen met mijn twee assistenten in Middelburg een kennismakingscursus gevolgd en ik ben nog steeds onder de indruk van de kwaliteit van de afdrukken. Het probleem is echter dat het maken van een goede afdruk al gauw 4 uur in beslag neemt. De rust en de tijd hebben me daar tot nog toe voor ontbroken, de prijs zou me hier toe in staat stellen de studio op een laag pitje te zetten om zo in alle rust een serie prints van klassieke naakten te maken.

Ten tweede heb ik, eveneens dit voorjaar, twee dagen gewerkt aan een nieuw idee. Een serie geënsceneerde foto’s waarin de wereld van het interbellum gevisualiseerd wordt. Op een of andere manier voel ik me erg gegrepen door de kunst en cultuur in Berlijn, tijdens de jaren tussen de twee wereldoorlogen. Ik heb geprobeerd tijdens twee proef sessies deze wereld in mijn studio op te roepen. Ik ben er helaas niet in geslaagd, dat vast te leggen wat mij voor ogen stond. Opeens voelde ik de beperking van mijn studio in Amsterdam.

En toen we voor de fotografie van Het Leids Onzet, in opdracht van de Lakenhal, de hele studio hebben verhuisd naar de Pieterskerk in Leiden ervoer ik opeens een bevrijding. Het idee is dan ook om in het voorjaar van 2012 de hele boel op te pakken en naar Berlijn te verhuizen om daar op locatie de serie Interbellum te gaan uitvoeren. Dit zal een enorm avontuurlijke operatie worden, maar ik weet zeker dat het de fotografie en de inhoud 100% ten goede zal komen.

Ten derde loop ik al jaren rond met het idee een boek te produceren dat afwijkt van de gangbare fotoboeken. Het moet een ouderwets Winterboek worden, waarbij het omslaan van iedere pagina en feest moet zijn. Omdat ik van mening ben dat iedere fotograaf of kunstenaar bij het vervaardigen van vrij werk de plicht heeft iets van zijn of haar gemoedstoestand of drijfveren prijs te geven, zal het boek en hoog biografisch gehalte hebben, afgewisseld met technische uitleg van lichtsituaties of fotoshop bestanden, anekdotes, snapshots en oude polaroids gemengd met foto’s zoals deze uiteindelijk zijn gepubliceerd, een dvd met opnames van feestjes en filmpjes afgewisseld met instructies hoe een set te bouwen of hoe om te gaan met een studio vol naakte mensen, die het koud hebben etc. Een boek dat interessant is voor fotografen en nieuwsgierigen. De vormgeving neemt bij dit project een belangrijke plaats in, maar de inhoud is zeker zo belangrijk.

Ten slotte heb ik een idee voor een korte film in combinatie met een aantal foto’s. Het idee kreeg ik liggend aan de rand van een zwembad, waarin een stupide opblaas inktvis ronddobberde op de middelandse zeewind. Het is gewelddadig en het gaat over de leegte in ons bestaan. Het speelt zich af op Ibiza. Het zal referenties naar de mode-en architectuurfotografie hebben. Het kind als nieuwe machthebber zal centraal staan. Als ik er meer over vertel doorbreek ik de magie en heb ik geen zin meer het uit te voeren, dus helaas moet de rest een verassing blijven.

Volgend jaar rond deze tijd heb ik een van de 4 ideeën zeker uitgevoerd en zal ik het met alle liefde aan u willen tonen. Ik zal er heel erg mijn best op doen, om alleen al op die manier te laten blijken hoe ontzettend blij en vereerd ik ben om laureaat van de Johannes Vermeer Prijs te mogen zijn.

Ik wil de staatssecretaris en de jury daarvoor nogmaals hartelijk danken en hoop dat ik U de aankomende jaren niet teleur zal stellen! Dank u wel.

Erwin Olaf,
25 oktober 2011, Mombasa Kenia.