Toespraak uitgesproken door Marlene Dumas tijdens de uitreiking van de Johannes Vermeer Prijs 2012

Het moeilijkste met alles is het begin. Het einde komt vanzelf, want in het begin ligt het einde. Met kunst, zowel als met toespraken maken – waar en hoe begin je?
Misschien toch maar met het moeilijkste beginnen en daarna kunnen we dan feest vieren. Allereerst wil ik zeggen: om al de redenen te geven waarom ik hier niet had moeten staan, en al de redenen waarom ik hier wel sta is 10 minuten absoluut niet genoeg (bij mij zijn 10 minuten sowieso nooit genoeg). 10 minuten is alleen maar een inleiding. Eigenlijk ben ik mijn hele leven bezig met deze twee vragen: “waarom ben ik hier en behoor ik hier te zijn?” Een schrijver zei ooit (ik vergat wie): “wij zijn hier, om het leven voor andere mensen beter te maken, maar waarom die andere mensen hier zijn, weet geen mens!” Grappig dat wanneer je mensen schildert, men vanzelfsprekend denkt dat je van mensen houdt. Dat is helemaal niet zo. Bij ons thuis hing zo'n Mad magazine-achtige uitspraak: “I love mankind, it's people I can't stand.” Maar goed – wij kunnen niet zonder elkaar. We zijn verplicht om ons tot elkaar te verhouden. Koste wat kost.

Ik kreeg een staatsprijs. En ik wist niet wat ‘de staat’ was. En men kan ook nog het woord lezen, zoals ik het vaak las: ‘door internationaal terrorisme, verkeren wij allemaal in een permanente staat van oorlog…’ Ik vroeg “maar is de staat dan hetzelfde als de regering?” En zij zeiden “nee”. Dus ik zei “waarom krijg ik de prijs dan van meneer Zijlstra?” Zij zeiden “hij heeft de prijs niet ingesteld, maar hij doet het uit naam van zijn functie.”
Een goede vriend reageerde met – “Marlene, een staatsprijs: it's time to run!”
Nu is het geen geheim dat ik en meneer Zijlstra in bijna alles omtrent het kunstbeleid het met elkaar oneens zijn. Ik ken hem niet persoonlijk. Dat is natuurlijk beter zo, want dan vertroebelt het niet mijn kijk op onze professionele relatie.
Dit is een prijs voor de kunsten en wij vertegenwoordigen hier allebij een visie op kunst. Om deze prijs serieus te nemen, moeten wij kunst serieus nemen. En moeten wij elkaar serieus nemen. Okee. Eerst erkennen wij waar we vandaan komen.

Clip Miss Interpreted ( 1min 04 sec )
{Home is where the Heart is, 1994}

[My fatherland is South Africa. My mothertongue is Afrikaans. My surname is French, I don’t speak French. My mother always wanted me to go to Paris, She thought Art was French, because of Picasso. I thought Art was American, because of Artforum.
I thought Mondrian was American too, and that Belgium was a part of Holland. I live in Amsterdam and have a Dutch passport. Sometimes I think I’m not a real artist, because I’m too half hearted, and never quite know where I am.]

Nog even terug naar de aard van prijzen. Jean Paul Sartre was in 1964 even oud als ik nu – 59 jaar – toen hij de Nobelprijs voor Literatuur afwees. Hij zei dat hij niet een instituut wilde worden en dat het zijn vrijheid zou affecteren.
Susan Sontag accepteerde wel de Jeruzalem Prijs voor Literatuur in 2001, maar niet zonder ongemak.

You can't get away from those you don't like, 'cos they pay for you.
(M. Dumas, 1997)

Elke eer heeft zijn nadeel en elke prijs zijn prijs
(M. Dumas, 2012)

Eigenlijk kwam ik naar Nederland door een prijs zou je kunnen zeggen. Ik kreeg de Jules Kramer Scholarship van de Universiteit van Kaapstad, voor twee jaar studie oorsee. Mijn moeder zei toen ik die avond een steentje tegen haar raam gooide om te vertellen dat ik de beurs had gekregen, dat zij wist dat ik zou weggaan. Ikzelf wist het nog niet. Het was nooit mijn bedoeling om in Holland te blijven. Het was wel heerlijk om als meisje alleen 's avonds over straat te kunnen lopen en alle verboden boeken te kunnen lezen. Holland is goed voor mij geweest. Daar zal ik altijd dankbaar voor zijn. Holland gaf mij die ruimte om afstand te kunnen nemen. In 1976 kreeg Zuid-Afrika voor het eerst televisie. In 1983 deed ik mijn eerste televisie optreden in Nederland. Ik dacht dat het ging over hoe mooi diversiteit was, maar er was een subtext.

Vreemde gasten – Buitenlanders in Nederland 1983
(tv fragment De tweeede Natuur afl. 5 – 2min 40 sec – Bram Vermeulen interviewt o.a. Barbara Bloom, Marlene Dumas en Gerhard van Graevenstein)

De helft van dit gezelschap, is reeds overleden… Tsja, van buitenlanders naar allochtonen. Ik heb ooit een t-shirt gemaakt daarover, met de volgende tekst:
Ik is een alachtoon. Ik zou kunnen zeggen, ik doe het voor de allochtonen. Dat is een reden om deze prijs aan te nemen. Nee toch, ik doe het ook niet voor de autochtonen. Ook nog zo een lelijk woord. Ik schreef ooit met betrekking tot Elitism – I don’t do it for the people and I don’t do it against the people, if at all I do it from the people.
Een andere reden – ik ben ook nog een vrouw. Ik vind dat kunst androgyn is, maar men vraagt mij altijd hoe het is om een vrouw te zijn die kunst maakt.

Clip Miss Interpreted (45 sec )
{I paint, because I am a woman, 1993}

[I paint because I’m a woman. (it’s a logical necessity). If painting is female and insanity is a female malady, then all women painters are mad an all male painters are women]

Ik zou kunnen zeggen, ik deed het voor de vrouwen. Maar zoals mijn moeder aan mij zei toen zij nog leefde – voor mij hoef je het niet te doen.

Pleidooi
Ik neem de prijs aan, omdat ik een pleidooi voor de kunst wilde houden.
Kunst is niet eeen kwestie van een onschuldige smaak. Er bestaat geen 'neutrale' kijk op. Kunst is er, om ons te bevrijden van de dictatuur van onze cultuur. Onze eigen – niet van buiten, maar van binnen. Kunst is er, om ons te herinneren dat alle wetten van wat mooi is en waardevol, door mensen gemaakt worden en dus altijd voor verandering vatbaar zijn.

1. Ik pleit ervoor, dat het conceptwetsvoorstel, welke op de valreep is ingediend om de kunst en cultuur vakken in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs vrijwel af te schaffen, niet aangenomen zal worden. Hiermee zouden wij het belangrijkste vakgebied voor een samenleving in de 21ste eeuw afschaffen. We kunnen niet toelaten dat Nederland in een bekrompen cultuurnationalisme verzandt. We leven in een globale, interculturele wereld. We sturen onze jonge militairen naar Afghanistan, maar willen niet over hun cultuur leren.

2. Ik pleit voor een inburgeringscursus in Kunst en Cultuur, voor alle toekomstige wetgevers die zich met de kunsten bezig houden.

3. Ik pleit ervoor, dat kunstwaardering niet door marktfundamentalisme sneuvelt.
Ik geloof, zoals de kunstenaar Hans Haacke ooit zei, wat de reclame-magnaat Saatchi ook zei, wat de filosoof Marx ooit zei – alles beïnvloedt alles… maar soms denk ik: zalig zijn zij, die de veilinghuizen gespaard zijn gebleven.

4. Ik pleit ervoor, dat de Nederlandse overheid meer trots uitdraagt, over wat er op beeldend vlak gepresteerd wordt. Neem de kwaliteit van de post-academische instellingen. Het model van het kunstenaars initiatief Ateliers ‘63, heeft de huidige vormen van post-academische instellingen allemaal positief beïnvloed en veranderd tot wereldberoemde plaatsen. Alleen de bewindslieden begrepen dit niet. Het is ironisch en tragisch, terwijl trendsetters zeiden: Klein is het nieuwe Groot. De Ateliers wordt voor deze principes niet beloond maar afgestraft. In de sixties wantrouwden wij huwelijken, maar nu niet meer – Dus vooruit. Uiteindelijk komt er een mooie fusilering, fusie bedoel ik, tussen de Ateliers en De Rijksakademie. Het wordt mooi: Steun hen uit trots en niet omdat het moet.

Slot
Ik wil de jury bedanken, voor de grote eer die u mij bewijst, dat u vertrouwt dat ik genoeg inzicht in de beeldende kunst heb, om het voorrecht te mogen krijgen zo'n groot bedrag te ontvangen. Ook wil ik nogmaals benadrukken dat in de kunst er niet een top bestaat, zoals een berg waarop je gaat zitten en dan tevreden kunt neerkijken. Jij kunt niet de top eren, als jij de basis niet waardeert! De grootste vijand van een kunstenaar, dat is zichzelf. Het mooie van kunst is dat het je leert, om van de vrijheid van een ander te kunnen genieten. Maar het moeilijkste is, dat je dus weet, dat het eigenlijk altijd anders kan.

Van Gogh schreef ooit: “Ik maak kunst, om iets terug te geven aan het leven”.
Ik ben dankbaar, dat ik in staat ben om dit besluit te kunnen nemen, welke ik zo met u zal delen. Deze prijs is nog jong – schaf hem alstublieft niet af.

Ik neem de eer aan en ik geef het prijsgeld door, aan De Ateliers.

Zoals een oud deelnemer met betrekking tot deze prijs, aan mij zei: “ik kan mij voorstellen, het is niet alleen een politiek besluit, maar dat jij ook iets wil teruggeven”.