Juryrapport

De Johannes Vermeer Prijs, de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten, wordt dit jaar voor de vijfde keer uitgereikt. Met de prijs wil de Nederlandse regering bijzonder artistiek talent eren en onder de publieke aandacht brengen. Om tot een gezaghebbende keuze te komen stelt zij elk jaar een jury in met de opdracht het actuele landschap van bijzonder scheppend talent te verkennen. Daarbij vraagt zij rekening te houden met de uiteenlopende terreinen en disciplines die het Nederlandse kunstleven rijk is. In de afgelopen jaren zijn kandidaten voorgedragen die zich onderscheiden op het terrein van de podiumkunst, de media, de fotografie en de beeldende kunst. Dit jaar zocht de jury weer naar een kunstenaar die niet in één, maar in vele opzichten uitzonderlijk mag worden genoemd. Inhoudelijke kwaliteit en originaliteit zijn daarbij de belangrijkste factoren. Daarnaast telt ook de wijze waarop de kandidaat zich met opvattingen en visies in het cultuurdebat mengt. Maar bovenal is de jury op zoek naar de maker van een oeuvre dat uniek en overtuigend is. Een oeuvre ook dat in zijn herkenbaarheid essentieel bijdraagt aan de ontwikkeling van artistieke disciplines. Een oeuvre tenslotte, dat de professie inspireert en het publiek enthousiasmeert.

Ondanks de veelheid van criteria was het voor de jury snel duidelijk dat er één man was die met verve aan de gestelde criteria voldoet. Uit de kandidatenlijst kwam unaniem de internationaal gerespecteerde architect en kritisch beschouwer Rem Koolhaas naar voren. Met Rem Koolhaas beschikt Nederland over een kunstenaar van wereldformaat. En over een harde werker die ontwerpt vanuit een ongeëvenaard krachtige visie. Dat hij al zo lang op het internationale speelveld leidend is, dankt hij aan zijn nimmer aflatende verbeeldingskracht en scheppingsdrang, en aan zijn vermogen om zich in te leven in situaties van mensen overal ter wereld.

Leven en carrière

Koolhaas laat zich niet in academische of artistieke vakjes indelen. Hij studeerde sociale wetenschappen en leerde verder door werkervaring in de journalistiek en de film. De verscheidenheid in zijn opleiding en carrièrestappen is terug te vinden in de creatieve manier waarop hij theoretische en praktische problemen oplost. Met oog voor detail, voor ruimtelijke samenhang en voor lange termijnperspectief. Als denker en doener put Koolhaas uit een mix van intellectuele en artistieke disciplines: filosofie, sociologie, beeldende kunst, literatuur en architectuur. Na zijn studie ontwikkelde hij zich aanvankelijk als scenarioschrijver en journalist, later tot essayist over architectuur én tot criticus van de stedenbouw. De rol van beschouwer en criticus heeft hij door de jaren heen verstevigd en onderbouwd als publicist en als docent met een open blik voor alles wat zich op zijn vakgebied — en daarbuiten — afspeelt. Hij communiceert met zijn Harvard-studenten even graag en serieus als met zijn vakgenoten of met zijn opdrachtgevers. Maar dat hij in die open discussies ooit zijn eigen opvattingen verloochent is niet waarschijnlijk.

Vanuit zijn beschouwende positie klom hij verder op als architect en stedenbouwer. De plek die hij in de culturele wereldgemeenschap heeft veroverd is gebaseerd op zijn dubbele optiek van maker en beschouwer: een dubbelrol die op dat niveau in de architectuur eigenlijk niet meer is vervuld sinds Le Corbusier.

Oeuvre

Koolhaas’ eerste ontwerpen wonnen als virtuele creaties meteen prijzen. Maar ze werden niet gerealiseerd. Hoewel hij in zijn beginperiode vooral in Nederland beeldbepalende gebouwen opleverde (Kunsthal Rotterdam, Danstheater Den Haag) werd hij vooral over de grens een grote naam. Met zijn collega’s en vanuit zijn Office for Metropolitan Architecture brak hij ook als architect internationaal door. Sindsdien realiseert hij in een groot aantal landen omvangrijke en beeldbepalende projecten. Die lopen van het hoofdkantoor van de Chinese staatstelevisie in Beijing tot de wereldwijde winkelketen van modehuis Prada. Met zijn visies en zijn oeuvre heeft hij op het wereldtoneel gaandeweg gezag verworven. We treffen zijn naam meermalen aan op Time’s wereldlijst van honderd meest invloedrijke personen.
Koolhaas stelt de kaders van zijn vak zó breed, dat zijn architectuur conceptueel en ruimtelijk een enorme vlucht kon nemen. Naast het ontwerpen en realiseren van individuele gebouwen gaat het hem toenemend om het ontwikkelen van concepten en strategieën die verschillende maatschappelijke functies met elkaar verbinden. Koolhaas denkt na over de mensen die straks moeten leven in het te realiseren gebouw, over de handelingen die er gaan plaatsvinden en over de organische aansluiting van het gebouw op de openbare ruimte.

Zijn blik op de wereld is realistisch. Hij vindt het niet zijn taak normen op te leggen aan gedrag van mensen. Hij gaat liever uit van de bestaande patronen die voor de goede waarnemer uit mensengedrag zijn af te lezen. Die patronen zijn niet altijd rationeel of idealistisch. Juist in de vaak ongunstige omstandigheden van grote metropolen creëren mensen zelf economische innovatie. Vanuit die irrationele kant van de mens werkt Koolhaas aan zijn nieuwe architectuur. Hij zegt: ‘Architectuur moet niet zozeer orde scheppen, als wel ingaan op het vruchtbare gebrek aan orde om ons heen — drukte, files, congestie, al die tegenstrijdige werelden die in steden op elkaar botsen.’ Hij lanceert daarmee stedenbouwkundige concepten die soms ingaan tegen de heersende gevoelens voor schoonheid, waarheid, of zuiverheid. Ze zoeken niet één stijl, hebben niet één identiteit, verkondigen niet één overtuiging, maar sluiten aan op wat wij in onze wereld vaak niet direct als een verheven tijdspassering zien: shoppen, rondhangen, reizen.

Dit soort concepten past hij toe op al zijn scheppingen: individuele woonhuizen en flats, op megagebouwen waarin alle functies van een stad worden ondergebracht, op een bibliotheekgebouw waarvan hij de kernfuncties (informatie, uitleen, debat) heel precies met elkaar in balans brengt, op een concerthal die van binnen goed moet klinken maar van buiten uitnodigend moet zijn. Door al deze dimensies te verbinden ontstaan nieuwe denkbeelden, nieuwe opvattingen van architectuur, nieuwe constructies, nieuwe vormgeving van gebouwen. In de frontlinie van het stedenbouwkundig debat werkt Koolhaas verder aan zijn ideeën over de planning van metropolen. Concrete voorbeelden daarvan zijn inmiddels ruim voorhanden: dichtbij, in Lille, en verder weg, in Azië en Afrika. In die werelddelen spelen de immense problemen ten gevolge van snelle bevolkingstoename en in rap tempo veranderende economieën. En ook daar zet hij zich met nieuwe energie aan de opgave om de gebouwde omgeving zoals die zich ter plekke presenteert om te vormen naar gewenste leefomstandigheden voor de bewoners van straks.

Van al die opgebouwde mondiale ervaringen en leerprocessen profiteert nu weer de stad van zijn uitvalbasis, Rotterdam. Daar is het een komen en gaan van jonge architectuurstudenten die van overal ter wereld naar het ontwerpbureau van OMA komen. Koolhaas beschouwt het als een vanzelfsprekend onderdeel van zijn werkzaamheden hen te onderrichten en te inspireren. In de stad aan de Maas voltooit hij binnenkort zijn jongste schepping, De Rotterdam, aan de Kop van Zuid.

Gronden van verlening

De jury van de Johannes Vermeer Prijs 2013 heeft Koolhaas unaniem als laureaat voorgedragen vanwege zijn betekenis voor de architectuur en stedenbouw wereldwijd. De jury vindt het oeuvre van gebouwen die hij in de loop van enkele decennia overal ter wereld heeft neergezet van uitzonderlijke zeggingskracht en allure. Bij hem is het begrip ‘originaliteit’ absoluut geen holle frase: zijn oeuvre is compromisloos, maar in zijn onnavolgbare ontwikkeling en variatie ook heel herkenbaar. In hun aanblik en functionaliteit zijn zijn scheppingen baanbrekend voor nu. Maar ze preluderen tegelijkertijd op een samenleving die op komst is.

De betekenis van Koolhaas ligt beklonken in zijn scheppingen, maar ook in zijn denkbeelden over de gebouwde omgeving. In zijn boeken heeft hij het gangbare denken over architectuur en stedenbouw ten principale ter discussie gesteld. Daarmee heeft hij zijn vakgenoten, maar ook zichzelf, gestimuleerd te bouwen vanuit een visie en met de opdracht die visie te verwoorden. Zo legt hij ook verantwoording af voor de keuzes die hij met zijn scheppingen heeft gemaakt.

De jury prijst Koolhaas tenslotte vanwege de tomeloze energie waarmee hij in de frontlinie van de stadsontwikkeling blijft zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de gebouwde wereld vorm te geven. Als Nederlandse architect bouwt hij mee aan de metropolen die zich razendsnel op vele plekken van de wereld ontwikkelen. Hij is een onontkoombare speler op het wereldtoneel geworden, wat het eens te meer bijzonder maakt hem hier in ons midden te hebben.

De jury van de prijs bestond uit Janine van den Ende (voorzitter), Marie Hélène Cornips, Hans Goedkoop, Omar Munie en Erwin Olaf.