Jaap Huisman

Het streven naar grenzeloosheid: de ongrijpbare Rem Koolhaas

Proloog
Een woonblok in Fukuoka

Op een snikhete zondag in juli 2013 ploeter ik me een weg door de nieuwbouwwijk Nexus in Fukuoka, Japan. Omdat het zo benauwd is, waagt niemand zich op straat, een groepje honkballers op het lokale veld uitgezonderd. Nexus, waarvan het initiatief al halverwege de jaren negentig is ondernomen, moest een staalkaart van nieuwe architectuur vormen. Het zou het suburbane milieu op een hoger niveau tillen dan de traditionele rijtjeswoning en het bekende woonerf. De vooraanstaande architect Arata Isozaki (van wie het idee afkomstig is) nodigde de internationale crème de la crème uit om invulling te geven aan deze moderne campus. Onder hen de Fransman Christian de Portzamparc, de Amerikaan Steven Holl en ook OMA/Rem Koolhaas. Van alle woningblokken werd dat van Koolhaas het eigenzinnigst, het meest radicaal en dus het opzienbarendst. Het wijkt in alles af van de pastelkleurige, lieflijke tinten van de omringende blokken. Niet verwonderlijk is het dan ook dat het hem een prestigieuze Japanse architectuurprijs heeft opgeleverd.

Omdat woningbouw in de portefeuille van Koolhaas een ondergeschikt element is, is mijn nieuwsgierigheid gewekt; bovendien is Fukuoka als een Japans Rotterdam bezig architectuur en design als handelsmerk te propage-ren. Het is een moderne, hippe stad met designhotels en futuristische clubs.

Radicaal en eigenzinnig dus, dat is het kleine, tweedelige woningblok dat rond 1991 is opgeleverd. Terwijl collega-architecten zweren bij trappen en liften, gebruikt Koolhaas de hellingbaan die als een parcours door het com-plex slingert, met binnenstraten die zo tevens bergingen en fietsstallingen ontsluiten. De zijwanden zijn opgetrokken uit gaas — kippengaas zouden we dat vroeger smalend noemen. High and low gaan bij Koolhaas hand in hand. Het meest frappant is dat de appartementen schuil gaan achter een façade van geteerd basalt die buigt en welft. De vensters in de gevel zijn minimaal. Er is een glimp op te vangen van een opzwiepend dak en een terras met groen.

Het woonproject is een overdreven vorm van de omkering van rollen en daarmee van verwachtingen. De plint waarachter bedrijven zijn gevestigd bestaat uit glas, waarop het zware basalt rust. Zwaar boven en licht beneden: hier wordt ook nog eens de zwaartekracht getart. Uiteindelijk sta ik voor een deur, ook opgetrokken uit kippengaas, waar het bordje in Europees schrift de naam van de bewoner meldt: Murakami. Dat kan geen toeval zijn.

Het begin

Zo compromisloos als het woonproject in Japan is, zo compromisvol is de start van de carrière van Rem Koolhaas. Hij bewaart er ongetwijfeld onprettige herinneringen aan. In het najaar van 1985 zit hij gespannen op de publieke tribune van de oude raadszaal in Amsterdam. Regelmatig wandelt hij weg als de vergadering geschorst wordt, naar een van de tele-fooncellen — we spreken over het pre-gsm tijdperk. Op de agenda staat zijn eerste grote bouwwerk dat in Amsterdam gerealiseerd zal worden op de plek van het hoofdkantoor van het GEB (het gemeentelijk elektriciteits-bedrijf). De plannen voor sloop liggen klaar.

In termen van nu heet het een A-locatie, die hoek tussen de Tesselschadestraat, Stadhouderskade en Vondelpark. Alleen heeft Jan Shaefer, de toenmalige wethouder van Volkshuisvesting, zo zijn bedenkingen. Hij staat meer aan de kant van de minder bedeelden, de sociaal zwakkeren die ook in de stad moeten wonen. Dit complex is gereserveerd voor de hogere inkomens. De naam alleen al, Byzantium, doet sommige raadsleden, de krakersrellen nog vers in het geheugen, huiveren. Moet de politiek dit avontuur wel aangaan?

Terwijl het debat zich voortsleept, krabbelt de architect op mijn blocnote wat hem voor ogen staat: een metropolitaan appartementscomplex met een eigenzinnige schuine daklijst en als blikvanger een rond kraaiennest op de hoek. Die zal al spoedig in de wandelgangen de pillendoos gaan heten. Een gouden pillendoos nog wel, bestemd voor een appartementsbewoner. Dat detail verdeelt de standpunten tot op het bot.

In mijn herinnering schorst het college uiteindelijk de vergadering, een vertwijfelde Rem Koolhaas achterlatend. Tijdelijk wordt er een streep door zijn ontwerp getrokken, tijdelijk ja, want Byzantium zou er toch komen. Weliswaar veel later (1991) dan hij en anderen hebben gewild en in zo’n aangepaste vorm, dat hij het proces in zijn magnum opus S,M,L,XL (1995) door zijn zoon in een manga-achtige strip heeft laten optekenen. Het is de weerslag van zijn frustratie jegens drie ontwikkelaars, de een belast met de parkeergarage, de ander met de appartementen en de derde met de kantoren. Ze hebben duidelijk andere visioenen van Byzantium dan Koolhaas: liever suburbaan dan stedelijk, liever rechthoekige in plaats van ronde ramen. Koolhaas won de competitie maar verloor het gevecht om een baanbrekend stuk architectuur.

Amsterdam, hij woont er (met plezier) en bouwt er uiteindelijk ook weer. Maar liever verpandt hij zijn hart aan Rotterdam, omdat daar in zijn ogen een avonturiersmentaliteit heerst. Een tabula rasa eveneens, veroorzaakt door het bombardement, die de stad vanaf de jaren tachtig een energie had gegeven, op de golven waarvan Koolhaas mee surft. De metafoor van de surfer zou hij ook daadwerkelijk gebruiken. ‘Ik kan surfen op de golven die anderen veroorzaken’, zo formuleerde hij zijn rol van teamspeler eens.

Een jaar na de oplevering van Byzantium wordt zijn Kunsthal voltooid en nu in 2013 staan er twee Koolhaas-ontwerpen in de steigers en is een derde op komst: het nieuwe stadskantoor achter het neorenaissance stadhuis van architect Henri Evers en het allergrootste multifunctionele gebouw van Nederland: De Rotterdam. Voor het Forum-winkelcentrum naast de ABN AMRO bank (evenmin kinderachtig van omvang) is in de zomer van 2013 het groene licht gegeven.

Vanuit de zevende etage van zijn kantoor aan de Heer Bokelweg kan hij het allemaal overzien. Ironisch genoeg is in datzelfde Rotterdam een van zijn eerste ‘werken’ in 2007 gesneuveld, de plectrumvormige luifel plus buskan-toor bij het station. Hij zal er niet rouwig om zijn, daar ben ik van overtuigd, omdat het verleden geen ballast mag zijn. Het is de toekomst die hem uitdaagt, niet de last van de geschiedenis.

Overige hoofdstukken
Luis in de pels
Almacht, onmacht
De grote schaal
Dichtheid versus leegte
Passie voor de metropool
Het programma
De beweging
Eindeloosheid
Het einde (of het begin) van de architectuur?
Leven en werk van Rem Koolhaas

Bestel de volledige publicatie hier

Jaap Huisman|Rem Koolhaas