Irma Boom
laureaat Johannes Vermeer Prijs 2014

Juryrapport

Nederland kent een uitgebreid stelsel van kunstprijzen. Daarin dragen fondsen, instellingen, particulieren en ondernemingen elk vanuit een eigen verantwoordelijkheid bij aan de zichtbaarheid van artistiek talent in ons land. De Johannes Vermeer Prijs, de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten, neemt in het mozaïek van prijzen een bijzondere positie in. De regering stelde haar zes jaar geleden in met de bedoeling artistiek toptalent te prijzen, mede in het besef dat ook wij ons gelukkig mogen prijzen met het uitzonderlijke talent dat zich op ons grondgebied bevindt. Zonder dat talent zou het aanzien van de publieke ruimte verschralen, het culturele leven verarmen en het spectrum van industriële ontwikkelingskansen versmallen. De voorgaande vijf winnaars van de Johannes Vermeer Prijs hebben niet alleen hun succesvolle carrière gemeen, maar ook hun vermogen om innovatieve impulsen te verlenen aan het mediabedrijf, aan de gebouwde omgeving en aan de diversiteit van het cultuuraanbod dat wereldwijd onderhevig is aan permanente ontwikkeling. Het is belangrijk dat Nederland aansluiting op die ontwikkeling blijft behouden.

Naar goed gebruik laat de regering zich bij haar keuze adviseren door een onafhankelijke, periodiek wisselende jury. De jury die dit jaar aan het werk is gegaan heeft zich verdiept in de gronden van verlening van de voorgaande vijf laureaten. De afgelopen jaren werden kandidaten voorgedragen met grote verdiensten op het terrein van de podiumkunsten, film, fotografie, architectuur en beeldende kunst. Met dit gezelschap in gedachten keek de jury dit jaar met voorrang naar een kunstenaar met een herkenbaar profiel op het gebied van ontwerpen. De jury vond dat voor de Johannes Vermeer Prijs 2014 een ontwerper genomineerd moest worden die zich in zijn werk onderscheidt door een grote mate van eigenzinnigheid en superieure kwaliteit. Iemand die ook internationaal toonaangevend is en van grote betekenis is voor het vakgebied. Een ontwerper tenslotte die met zijn oeuvre een groep van opdrachtgevers, gebruikers en liefhebbend publiek in bredere zin aanspreekt.

Met dit beoordelingskader ging de jury dit voorjaar aan de slag. In de loop van de opeenvolgende inventarisatie- en selectieronden kwam onstuitbaar en unaniem één naam naar boven, die van Irma Boom. Als ontwerper van boeken staat zij in haar vakgebied op eenzame hoogte. Op grond van een sterk ontwikkeld conceptueel vermogen, gecombineerd met innovaties en verschillende productiemethoden, maakt Irma Boom al enkele decennia een constante groei door. Zij kan inmiddels terugkijken op een oeuvre dat meer dan 300 boeken omvat. Zij legt haar betekenis vast in elk afzonderlijk boek dat zij maakt, en daarmee voedt zij ook een noodzakelijk pleidooi voor een respectvolle benadering van het boek als cultuurdrager. Met haar ontwerpen brengt zij op overtuigende wijze tot uitdrukking dat het boek veel méér is dan een informatiedrager; eerder een tastbare belichaming van verhalen, kennis en ideeën die ertoe doen.

Leven en carrière

Irma Boom werd in 1960 geboren in Lochem. In 1979 schreef zij zich in als student schilderkunst bij de Academie voor Kunst en Industrie (AKI) in Enschede. Daar werd zij sterk beïnvloed door Abe Kuipers (1918), zelf beeldend kunstenaar, maar tevens eminent docent die de wereld van maatvoering, inhoud, typografie en poëzie overbracht aan zijn studenten. Om zijn ideeën te illustreren bracht hij elke woensdagmiddag verschillende boeken als leermateriaal mee naar de academie. Daarmee zette Kuipers zijn student op het spoor van het boekontwerp, een spoor dat zij nooit meer zou verlaten.

Na haar studie werkte Irma Boom van 1985 tot 1990 bij de Staatsdrukkerij en -uitgeverij (SDU). Uit die periode stammen haar eerste opvallende ontwerpen, zoals de jaarboeken van Nederlandse postzegels voor de jaren 1987 en 1988. In 1991 begon zij haar eigen studio, Irma Boom Office in Amsterdam. Bijna 25 jaar later is dat bureau nog steeds nauwelijks meer dan een eenmansbedrijf. Niet zelden neemt ze zelf de telefoon op en altijd voert ze van begin tot eind zelf alle onderhandelingen met haar opdrachtgevers. Met elk afgerond boek markeert zij tevens een ervaringsfeit, een leermoment dat zij benut om het volgende boek met nieuwe inzichten en verder ontwikkelde technieken te optimaliseren.

Oeuvre

Belangrijk voor de beginperiode van haar eigen studio was de opdracht van ondernemer Paul Fentener van Vlissingen (1941-2006). Deze gaf opdracht voor een boek over de eerste honderd jaar van het bedrijf SHV. In die opdracht, waaraan ze samen met de historicus Johan Pijnappels vijf jaar werkte, professionaliseerde zij de werkmethode die haar is blijven kenmerken: het maken van een boek als een gezamenlijk avontuur van maker en opdrachtgever. Telkens opnieuw probeert Irma Boom in de huid van haar opdrachtgever te kruipen en zijn diepere wensen te doorgronden. Door onderling overleg krijgen concepten geleidelijk gestalte en rijpen ideeën over structuur, vorm, indeling en materiaal. Opdrachtgever en opdrachtnemer gaan als gelijkwaardige partijen het proces door en aan het eind ervan hebben ze een product in handen dat méér aan het gestelde doel beantwoordt dan beiden bij aanvang voor mogelijk hielden. Er is vrijwel geen andere ontwerper die zijn of haar opdrachtgever zo serieus neemt. Dat verklaart ook waarom al haar boeken verschillend uitpakken. Zo wist zij de opdracht van een museum om te bouwen tot een boek waarin als het ware een nieuwe versie van dat museum werd getoond, een versie die de collectie los van het museum een eigen bestaan verleende en haar een totaal nieuwe allure gaf. Een boek over kunstenaar Sheila Hicks die met textiel werkt werd geen boek met afbeeldingen van textiele ontwerpen, maar werd zelf een tactiel kunstwerk.

Irma Boom communiceert graag over haar aanpak en methodes. Zij geeft regelmatig lezingen en verzorgt op verschillende plaatsen gastcolleges. Ze doceert al sinds 1992 aan Yale University in de Verenigde Staten. In de publicatie uit 2010 The architecture of the book beschrijft zij de ontwikkeling die zij sinds haar eerste opdracht heeft doorgemaakt, mede aan de hand van een visueel overzicht van alle ontwerpen.

De sleutel van het werk van Irma Boom zit in de synthese van het artistieke en het industriële: die zijn in volkomen evenwicht met elkaar verstrengeld. Boom is van deze tijd. Zij kiest niet voor handmatig vervaardigde boeken, alles moet industrieel te produceren zijn. Vanuit het perspectief van machinale reproductie ziet zij het boek als een architectonisch object met zes kanten en drie dimensies. Binnen deze coördinaten stelt zij het object met de grootste zorg samen. Zorg geldt niet alleen het ontwerp en de belettering, ook het gekozen materiaal: papiersoort en gewicht, kleurstoffen, omslagkarton of -kunststof, soms textiel en hout. Zelfs de vraag welke geur het boek moet afgeven kan een punt van aandacht zijn. En de afmetingen — groot of juist klein — afhankelijk van de boodschap die het object moet uitdragen. Voor opdrachtgever Chanel maakte zij een boek zonder het gebruik van inkt, alles in reliëfdruk. Geïnspireerd door de wereld van mevrouw Chanel ontvouwt het boek zich binnen de contouren van dichtkunst, mysterie, muziek, het moderne en onzichtbare, bijgeloof en bloemen. Een boekcreatie in zuiver wit, gevat in een zwarte doos. Daarmee concretiseert Boom de abstracte sferen van waaruit het eerste avant-garde parfum, Chanel No 5, is voortgekomen.

Irma Boom heeft haar naam vooral als ontwerper van boeken gevestigd. Maar zij ontwerpt niet uitsluitend boeken. Er zijn postzegels, herdenkingsmunten, jaarverslagen, affiches, logo’s en complete huisstijlen — zoals de recente van het Rijksmuseum. In 2013 was zij betrokken bij de renovatie en nieuwe inrichting van de North Delegates’ Lounge in het Verenigde Naties hoofdkwartier in New York waarvoor zij een monumentaal gordijn ontwierp. Zij ontwerpt ook voor de openbare ruimte, zoals het tegeltableau dat bestaat uit 75.000 tegels in de nieuwe fietstunnel onder het Centraal Station in Amsterdam. Op alle terreinen die haar oeuvre bestrijkt is Boom vertrouwd met de technische vernieuwingen. Daarvan gebruikmakend slaat ze keer op keer nieuwe wegen in, op zoek naar nog ongekende esthetische mogelijkheden.

Met al haar boeken is het werk van Irma Boom direct toegankelijk voor het grote publiek. Maar ook de museale kwaliteit van haar ontwerpen is inmiddels erkend. Ze zijn opgenomen in de collecties van vooraanstaande internationale topmusea als het Museum of Modern Art in New York en het Centre Pompidou in Parijs. De Universiteit van Amsterdam, Bijzondere Collecties, beheert haar levende archief.

Gronden van verlening

Op grond van alle hierboven opgesomde observaties heeft de jury van de Johannes Vermeer Prijs 2014 Irma Boom unaniem als laureaat voorgedragen. Zij is naar het oordeel van de jury begiftigd met een bijzonder vermogen grafische technieken te verbinden met ruimtelijk ontwerp. Op basis van haar experimenteerlust en haar nimmer aflatende neiging de grenzen van de productiemogelijkheden op te zoeken, ontstijgen haar boeken stuk voor stuk het niveau van louter informatiedragers. Het zijn kleine of grotere objecten die tot bewonderen en aandachtig lezen verleiden. Haar zorgvuldig opgebouwde oeuvre is het resultaat van samenwerking die zij telkens aangaat met haar opdrachtgevers, auteurs en kunstenaars. Voor haar is het boek een fundamenteel onderdeel van onze traditie en drager van cultuur. Zij bewijst zich met haar werk als een overtuigende pleitbezorger van het gedrukte boek.

In de wereld van internet en virtuele communicatie is het Irma Booms grootste prestatie dat zij het boek weer tot een fysieke belevenis heeft gemaakt. Zij blijft imponeren met haar ambitie om bij elk boek de grenzen te verleggen, met haar tomeloze wil verder te reiken dan de oorspronkelijke wens van opdrachtgevers, en met haar al decennia aanhoudende vermogen om werk van de hoogste artistieke kwaliteit te leveren. Dat alles maakt dat zij naar het oordeel van de jury de terechte winnaar is van de Johannes Vermeer Prijs 2014.

De jury van de prijs bestond uit Ernst Hirsch Ballin (voorzitter), Claudia de Breij, Marie Hélène Cornips, Omar Munie en Erwin Olaf.