Dankwoord door Irma Boom
uitgesproken bij het in ontvangst nemen van de Johannes Vermeer Prijs 2014

27 oktober 2014

Mevrouw de minister, voorzitter van de jury, leden van de jury, vrienden, broers, zussen en collega’s.

Tijd en plaats
Als je ‘Johannes Vermeer BOEKEN?’ googled heb je in minder dan 1 seconde 131,000 resultaten.
In totaal zijn er 35 schilderijen als een Vermeer erkend en alle 35 zijn verbluffend.
Ik heb sinds 1986 circa 300 boeken gemaakt en heel misschien zijn er paar die de tijd overleven…

Plaats
Op de uitnodiging staat dat u werd verwacht in het vernieuwde Mauritshuis, maar wij bevinden ons nu toch echt in Sociëteit De Witte. Op deze plek kwam ik twee weken geleden voor het eerst. Ik moest even wennen aan het idee. Vooral omdat ik mijn speech wilde beginnen met mijn allereerste boekje dat ik bij de Staatsdrukkerij en Uitgeverij (SDU) hier in Den Haag maakte: een uitgave over Het Mauritshuis in de zogenaamde ‘Kleine Monumenten Reeks’. Het boekje heb ik onlangs online nog kunnen kopen! Ik moet eerlijk zeggen, dat ik hoopte dat het niet meer te vinden zou zijn. Echt goed is het niet. Ik had zeer weinig ervaring en imiteerde mijn oudere collega’s. Het idee dat je een opdracht ook naar je toe kon trekken moest ik nog ontwikkelen.

Tijd
Dat de Johannes Vermeer Prijs nu hier in Den Haag aan mij wordt uitgereikt, is misschien toevallig maar misschien ook niet. Vorig jaar kreeg Rem Koolhaas deze prijs in de bibliotheek van het Rijksmuseum in Amsterdam. Dat zou natuurlijk ook de ultieme plek voor mij zijn geweest. Maar hier in Den Haag heb ik wat ontwerpen betreft bijna alles geleerd en ook weer afgeleerd. De stage bij de SDU was voor mij toen het tegenovergestelde van de hemel.

Het werken in een ambtelijke cultuur, waarbij bij mijn binnenkomst ‘s morgens demonstratief op het horloge werd gekeken als ik in hun ogen te laat kwam… terwijl ik altijd de laatste was die naar huis ging. Het was allemaal wel heel anders dan ik me had voorgesteld.

De drie maanden stage daarna bij Studio Dumbar, ook in Den Haag, leek wel de hemel. Ik leerde daar dat ontwerpen geen baan is, maar een investering in jezelf en in de opdrachtgever. Ik leerde dat je binnen een gegeven opdracht vrijheid kon creëren. Een opdracht zodanig naar je hand zetten, dat de geïnvesteerde tijd niet alleen zinvol maar ook vreugdevol was. Vrijheid en vertrouwen zijn uiteindelijk een van de belangrijkste principes binnen mijn manier van werken.

Hoe voel je je na het horen dat je zo’n grote prijs mag ontvangen? Natuurlijk is er blijdschap maar direct daarna ook reflectie… Is het verdiend? Is mijn werk echt zo goed als het juryrapport je doet geloven?…

Ik kan vaststellen dat ik veel geluk heb gehad met de omstandigheden en om soms op de juiste tijd en plaats te zijn.

Het maken van boeken is tijdverslindend, maar ook ongelooflijk fascinerend. Het is iets waar ik bijna al mijn tijd aan wil besteden, vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week… Je kunt dat obsessief noemen. Ik ben bezeten van het gedrukte boek, van het boek als fysiek object. De mogelijkheden en onmogelijkheden die het biedt zijn zo uitdagend en zo prikkelend dat ik nauwelijks kan begrijpen dat niet iedereen die opwinding met mij deelt.

Het letterlijk maken, het construeren van een boek, het ontdekken, op een nieuwe manier kijken, het zoeken naar een nieuwe materiële vorm, dat is verslavend. Ik wil letterlijk binnen de technische voorwaarden van het machinale drukken en binden, continue zoeken naar iets, dat specifiek is voor het onderwerp van dat boek.

Twijfel
Het maken — ontwerpen — van boeken mag voor mij nooit tot routine worden. De eeuwige twijfel of het goed genoeg is, zal blijven. Veranderen tot op het laatste moment, zelfs al draaien de persen… alles om het boek hopelijk beter te maken. Het kan altijd beter, dat is mijn drijfveer. Toen ik begon als ontwerper, dacht ik dat dit gevoel onkunde of onvermogen betekende. Maar inmiddels ervaar ik twijfel als een voordeel. Deze twijfel veroorzaakt een vertraging van handelen en daardoor ontstaat ruimte om over de dingen na te denken. Het gaat om een streven naar perfectie, die ik hoogstwaarschijnlijk nooit zal bereiken. Maar misschien is juist die imperfectie, schoonheid.

Vrijheid
Bij de SDU, waar ik uiteindelijk toch 5,5 jaar heb gewerkt en ongelofelijk veel heb geleerd, stond voor elke boekopdracht de specificaties vast: het formaat, de omvang, het papier (120 g/m2 mat-mc), het aantal drukgangen en zelfs de bindwijze. Om uit dit keurslijf los te raken moest ik vrijheid creëren, bijvoorbeeld door een ontwerp te maken dat nog eenvoudiger was dan dat wat binnen de specificaties mogelijk was. Dus waar alles onder controle lijkt, kun je door dingen net anders te doen tot andere oplossingen komen. Voor de zogenaamde orderbegeleiders was dit zo verbluffend dat zij er alles aan deden om het ontwerp gerealiseerd te krijgen.
Vrijheid ontlenen aan een knellende situatie.

Een voorbeeld hiervan is het jaarverslag voor de Raad voor de Kunst uit 1987. Wat gegeven werd was: formaat A4, papier mat mc, beeld gebruiken van alle disciplines, druk full-colour, afwerking genaaid gebrocheerd.

Het uiteindelijke ontwerp werd net iets breder dan A4, als beeld waren er geen foto’s maar citaten uit literatuur. Het verslag werd gedrukt op bijbelpapier in zwart en goud, met lange uitslaanders. Niet totaal anders, maar benaderd vanuit een ander perspectief.

Dit jaarverslag leidde destijds tot vragen in de Tweede Kamer. Met name het gebruik van extreem lange regels: in plaats van 67 waren er wel 600 tekens per regel en dat werd als onleesbaar ervaren.

Auteurschap
De Nederlandse postzegeljaarboeken uit 1988 waren de eerste boeken waarvoor ik de beeldredactie deed, hier in samenwerking met auteur Paul Hefting. Het woord beeldredactie in de context van een ontwerper was in die tijd volkomen ongebruikelijk. Voor mij betekende deze manier van werken een radicale omslag: ik zou nooit meer gaan werken volgens de oude, vastgestelde principes. Het zogenaamde auteurschap is inmiddels een vanzelfsprekendheid geworden en de manier om een project vanuit de inhoud te ontwerpen.

Samenwerking
Door een intensieve samenwerking met de opdrachtgever, auteur, kunstenaar of architect is ieder boek specifiek. In de inhoud ligt de oplossing voor het ontwerp vaak al verborgen. Door een sterke concentratie op die inhoud en door de dialoog met de opdrachtgever is de uitkomst — het ontwerp — een logisch gevolg. Het maken van boeken is een gezamenlijke inspanning. Zonder die synergie geen energie en zonder energie is elk project gedoemd te mislukken.

Ik heb het geluk met een aantal ultieme opdrachtgevers voor een langere tijd samen te werken.

Mislukkingen
In het Think Book, dat Johan Pijnappel en ik maakten voor de SHV, staan ongeveer 70 vragen. Eén van de vragen luidt: What can we learn from mistakes?

Voorbeeld:
Uitgerekend een boek dat ik ontwierp over een bibliotheek werd een mislukking. Moreel gezien is het zonde:van tijd, papier en de inspanningen van alle betrokkenen.Wat ging er mis? Eigenlijk wist ik het al toen ik de bibliotheek voor het eerst betrad. In de grote entreehal, bijna zoals op een luchthaven, was een enorme hoeveelheid boeken geplaatst voor een theatrale blauwe wand. Boeken als een decorstuk, als aankleding van een ruimte, dat kon niet goed gaan. In showrooms zie je ook dergelijke opstellingen en dan zijn de boeken letterlijk plat, als versiering en om een ruimte misschien interessant te maken. Het heeft me gefrustreerd en ik had alert moeten zijn en moeten luisteren naar wat ik zag. Stoppen met dat project! Er was geen enkel aanknopingspunt voor het ontwerp. Ik vind het nog steeds spijtig voor de uitgever en de architect dat ik toen niet in staat was dat te onderkennen en biedt alsnog mijn verontschuldigen aan.

Maar is het antwoord op de vraag ‘Wat leer je van fouten’, dat je bepaalde dingen niet meer moet doen?
Ik denk dat je vooral niet te bang moet zijn fouten te maken.
De vraag stellen is dus interessanter dan het geven van een antwoord.

Kritiek
De meest schokkende ervaring had ik in 1989. Het juryrapport van de best verzorgde boeken was wel heel uitgesproken over mijn allereerste bekroning, die ik kreeg voor de postzegeljaarboeken 1987/88.

Ik citeer het juryrapport:
‘Ongetwijfeld hebben vele van de in de achtergronden van de Nederlandse postzegels geinteresseerden na deze uitgaven hun abonnement op de reeks opgezegd.
Als praktische opzoekboekjes slaan deze nauwelijks leesbare uitgaven de plank behoorlijk mis. Door elkaar heen gedrukte teksten, weggelaten woord-afbreekstreepjes, groot gezette beginwoorden van nieuwe zinnen soms halverwege de lettergreep overgaand in het gewone korps, op willekeurige plaats beginnende paginering… het wijkt allemaal wel heel erg af van het typografisch patroon van als naslagwerken bedoelde boekjes.
De voornaamste reden van de jury om toch tot bekroning over te gaan is het feit dat in Nederland kennelijk een zodanig klimaat voor boekverzorging is ontstaan, dat zulke experimenten mogelijk zijn. Dat ze mislukken is jammer, maar opdrachtgever en uitgever van deze zo langzamerhand spraakmakende reeks verdienen lof voor hun durf. Wat niet wegneemt dat er op het gebied van toegangkelijkheid en leesbaarheid grote risico’s zijn genomen. Dat de teksten tot aan of zelfs over de randen van de bladzijden heenlopen is misschien symbolisch voor de slotconclusie van de jury: ‘dit is een experiment dat over de rand gaat. Het is dus mislukt, maar het is een briljante mislukking’…
Einde citaat!

Toen ik het verslag destijds las dacht ik dat ik me niet meer op straat kon vertonen of aan de schandpaal zou worden genageld. Niets bleek minder waar. Het juryrapport heeft er mede voor gezorgd dat ik een reputatie kreeg waar veel opdrachtgevers hongerig naar waren: zij ontwerpt iets gewaagds, iets nieuws.

In retrospectief ben ik de schrijver dus dankbaar. Zijn woorden waren prikkelend en daagden me uit om het fenomeen boek verder te onderzoeken en nog meer te experimenteren.

De schrijver van dit juryrapport, een oudere collega van de SDU, had ik voor deze avond uiteraard uitgenodigd om het er nog eens over te hebben, maar hij maakt momenteel een cruise naar Zuid-Amerika.

Onlangs via twitter noemde een Amerikaanse criticus mijn werk:
She designs with her usual aggressive simplicity.
Daar kan ik me helemaal in vinden.

Boeken
Ik respecteer het traditionele boek, maar wil me hierdoor niet laten beperken. Zowel de betekenis en het belang, als de mogelijkheden van het boek wil ik verder ontwikkelen. Met inzichten en structuren die uit de nieuwe media voortkomen, krijgt het medium boek een nieuwe impuls. Belangrijk hierbij is dat ik vrij kan experimenteren zonder al te bang te moeten zijn voor mislukkingen. Alleen zo is de vitaliteit van het boek te behouden. Ik onderzoek de grenzen van de mogelijkheden in de verschijningsvorm en laat me niet weerhouden door technische onmogelijkheden.

Deze zinnen zijn de start van bijna ik elke lezing die ik houd op conferenties. Vaak ben ik de enige die objecten, boeken, meeneemt. Ik voel me dan net een dinosaurus op een plek waar iedereen juist heel modern wil zijn.

Een week geleden was ik in Londen op een conferentie met het onderwerp Extinction: uitsterven. Ik werd uitgedaagd om het boek te verdedigen, wat het boek, na 600 jaar, volgens mij niet nodig heeft. Of het nog bestaansrecht had. Ik stelde ter discussie dat het boek in de tijd van internet, haast en oppervlakkigheid juist vertraging en verdieping brengt. Dat is één van de grote waarden van het boek.

Het maken van boeken is, in het kort, het samenstellen van tekst en beeld in een gebonden vorm. Het bevriezen, stollen van inhoud, ten opzichte van de flux van internet, waardoor er een document ontstaat dat weer aanleiding is tot reflectie en een aansporing om verder te onderzoeken.

Verder denk ik dat de grootse bedreiging voor boeken ligt in het feit dat er nauwelijks of in ieder geval veel minder aandachtig wordt gelezen. Een ontwikkeling die misschien beïnvloed wordt door het internet. Maar datzelfde internet heeft juist ook gezorgd voor nieuwe ontwikkelingen in het gedrukte boek: van een lineaire structuur naar een boek waar je doorheen kan browsen, net zoals op een website.

Of het boek overleeft? We staan aan het begin van de renaissance van het boek!

Vertrouwen
Tenslotte wil ik hier in het bijzonder mijn opdrachtgevers bedanken voor het imense vertrouwen.

Vertrouwen dat essentieel is in een samenwerkingsproces. Dat is nodig want ik weet dat ik opdrachtgevers soms kan laten wachten, ik broed dan ergens op, ben op zoek naar iets, doodse stilte, geen emails beantwoorden… Maar dan ineens als het idee er is, is er geen houden meer aan.

Vertrouwen creëert vrijheid.
Vrijheid geeft verantwoordelijkheid.

Het komt ook voor, dat ik als ik wordt gebeld voor een opdracht, het ontwerp al in mijn hoofd zie. Maar door die eeuwige twijfel laat ik het vaak een tijdje liggen. Ik ga wel modellen maken, in miniformaat en op ware grootte, maar houdt het nog even voor mijzelf. Uiteindelijk gaat het werken in opdracht over een wederzijds verlangen iets te maken, iets specifieks voor dat bepaalde onderwerp.

Ik wil graag all ontwerpers bedanken die bij Irma Boom Office hebben gewerkt en nog werken. Op het moment is dat er één: Akiko.

Ik wil Haller/Brun danken voor het boekje dat zij voor de prijs zo goed hebben ontworpen.

Graag dank ik de drukkers en de binders, die mijn projecten materialiseren. Die het onmogelijke mogelijk maken.

Bibliotheek
Een bibliotheek is een plaats waar een verzameling boeken bij elkaar is gebracht die is samengesteld. Bibliotheken zijn er al sinds de mens het schrift ontwikkelde en er behoefte ontstond om schriftelijke gegevens te bewaren en te delen.

Cicero schreef in de eerste eeuw na Christus: Lezen en schrijven in mijn privebibliotheek schenken mij geen troost maar afleiding. Afleiding van het lawaai van de wereld. Een plek om na te denken.

Ik wil graag een plek maken waar verschillende disciplines samenkomen, waar een uitwisseling kan plaatsvinden om over het fenomeen boek te spreken, te discussieren en te fantaseren.

De Johannes Vermeer Prijs wil ik graag gebruiken om een bibliotheek samen te stellen.
Ik heb al een basis van boeken uit de 16de eeuw en avant-garde boeken uit de zestiger jaren — die aanleiding kunnen zijn voor die discussie.
Een aantal van mijn boeken zullen ook deel gaan uitmaken van de bibliotheek. [In 2017 heeft Boom dit plan verwezenlijkt. De New York Times besteedde er op 16 januari 2017 een uitgebreid artikel aan.]

Tenslotte: De behoefte aan de intimiteit van het boek — het papier, de geur van inkt, de schaal, het formaat en het gewicht — is zeker geen nostalgie of vals sentiment. Het gedrukte boek is een fundamenteel en integraal onderdeel van onze traditie en cultuur, van de gepubliceerde en publieke kennis en wijsheid.

Het boek is dood.

Lang leve het boek!

Ik dank u.